De coach doet er niet meer toe

Door Henkvdk op 06-02-2010 om 17:26
Voetbalclubs doen het vaak beter met een nieuwe coach. Veel geld uitgeven aan goede spelers is volgens Simon Kuper echter het enige wat echt werkt.

'Mancini kan echt toveren’, stelt de krant The Sun, en anderen zijn het daarmee eens. Roberto Mancini is Mark Hughes opgevolgd als manager van Manchester City, de rijkste voetbalclub van de wereld, en sinds die tijd heeft City vier wedstrijden achter elkaar gewonnen. Er wordt zelfs al gefluisterd dat de stroblonde Italiaan de Premier League wel eens zou kunnen winnen.

Invloed

Stefan Szymanski en ik betogen in ons boek Soccernomics dat er maar weinig clubmanagers zijn die ook maar enige invloed hebben op de prestaties van hun team. Toch is de cultus rondom de manager springlevend; het doet denken aan de status die rond de eeuwwisseling werd toegekend aan topmensen in de zakenwereld, die ook werden geacht wonderen te kunnen verrichten. En dat terwijl onderzoek aantoont dat als een club zijn manager ontslaat, de resultaten meestal beter worden. Dus wat is Mancini nou: een tovenaar of totaal onbetekenend?

Spelerssalarissen

De redenering in Soccernomics is gebaseerd op het feit dat de spelerssalarissen bijna geheel bepalen wat de resultaten van een club zijn. Al het overige is gewoon ruis. Stefan bestudeerde 40 Engelse clubs tussen 1978 en 1997 en zijn bevindingen waren dat de uitgaven aan spelerssalarissen voor 92 procent het verschil verklaarde in de positie die een club in die jaren had ingenomen in de competitie.

Kort geleden maakte Stefan een dergelijke analyse van de topdivisie in Italië tussen 1987 en 2001; hier was de overeenkomst 93 procent. Ik moet toegeven dat de relatie tussen salaris en positie zwakker is als je maar naar een enkel seizoen kijkt: maar zo’n 70 procent. Dat komt omdat op de korte termijn ook blessures, geluk, fouten van de scheidsrechter en andere toevallige factoren een rol spelen.

Maar op de langere termijn kun je deze toevalsfactoren tegen elkaar wegstrepen. Dan wint de best betalende club. Daarom durf ik te wedden dat het rijke City in de topvier gaat eindigen. Emmanuel Adebayor van City verdient ongeveer twee keer zoveel als de best betaalde speler van zijn oude club, Arsenal.

Sommige mensen zijn met het argument gekomen dat clubs die de best betaalde spelers hebben, meestal ook hun managers het best betalen. Maar spelers worden bijna uitsluitend betaald op basis van hun bijdrage aan het succes terwijl de functie van de manager meer in de hoek van de marketing zit. De manager is de spreekbuis en talisman van de club. Hij moet er goed uitzien, zijn mondje kunnen roeren en een glanzende carrière als speler achter de rug hebben. Dat geldt allemaal voor Mancini.

Toch zorgt het uiterlijk en het optreden van de manager op een persconferentie niet voor de overwinning van het team. Dat gaat ook op voor zijn spelerscarrière. Stefan maakte een analyse van meer dan honderd managers in Engeland tussen 1974 en 1994; hij vond geen enkel verband tussen hun succes als voetballer en hun succes als manager. Kort samengevat worden managers dus niet in de eerste plaats betaald voor hun bijdrage aan de resultaten van de club.

Statistiek

Toch is het wel zo dat als een club een nieuwe manager krijgt, de resultaten meestal verbeteren. Sue Bridgewater van de Warwick Business School deed een onderzoek naar de ontslagen die vielen in de Premier League tussen 1992 en 2008 en ontdekte het volgende: ‘Tijdens de wittebroodsweken gaan de resultaten tijdelijk omhoog.’

Dat is makkelijk te verklaren. Een gemiddelde club haalt zo’n 1,3 punten per wedstrijd. Gewoonlijk ontslaat de club zijn manager als ze maar gemiddeld één punt per wedstrijd halen, dus op het laagste punt van de cyclus.

Elke statisticus kan je voorspellen wat er gaat gebeuren na een laagtepunt: of de club zijn manager nou ontslaat of een ander merk koekjes bij de thee gaat presenteren, de resultaten zullen waarschijnlijk weer omhoog gaan naar het gemiddelde. Na een laagtepunt is de kans dat je beter wordt simpelweg heel groot.

De club kan in die slechte positie gekomen zijn door pech, blessures, of een zwaar wedstrijdschema of – zoals misschien in het geval van City – omdat er enige tijd overheen gaat voor een grotendeels nieuw team om echt één te worden. Wat de reden ook is: na de slechte tijd zal er een verbetering volgen, dat is bijna vanzelfsprekend. Deze slingerbeweging ligt bijna nooit aan de nieuwe manager. Hij profiteert er alleen van.

Afwachten

Uiteindelijk komen de resultaten weer op het gemiddelde uit. Prof. Bridgewater constateerde dat drie maanden na het ontslag de gemiddelde club weer op zijn 1,3 punten per wedstrijd zat. Sheikh Mansour, de miljardair die eigenaar is van City, had Hughes gewoon aan moeten houden en moeten wachten tot het weer beter ging; maar in de zakenwereld vinden ze afwachten en niet handelen vaak het allermoeilijkst.

Vroeger geloofden historici in de ‘Theorie van de Grote Leider’. Het idee was dat grote leiders – Djengis Khan of Napoleon – voor veranderingen in de geschiedenis zorgden. Historici hebben deze theorie al lang bij het oud vuil gezet en tegenwoordig geloven zelfs de business magazines er niet meer in, maar het is wel lief om te zien dat de achterhaalde theorie nu nog in ere wordt gehouden in het voetbal.

Door Simon Kuper
Bron : Sportgeschiedenis.nl

Reacties

Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel/column.

Reageren

Inloggen is vereist om te mogen reageren.